Bier in Nederland

Bier in Nederland

woensdag 8 juni 2016

Vrije jongens, vrije bieren

Op 11 juni 2016 vierde Kompaan in Den Haag voor het eerst een eigen bierfeest – het Bondgenoot Festival. De naam zegt het al: Jasper Langbroek en Jeroen van Ditmarsch kregen collega-brouwboys en -girls over de vloer. Te drinken was er van 't Uiltje, Two Chefs, vandeStreek, Kaapse Brouwers, Oedipus, Oproer (on the road vanuit de brewpub in Utrecht!) en Van Moll (idem vanuit Eindhoven!). Locatie: een ruige havenkade in de Binckhorst.


‘De Binckhorst, zei je??’ hoor ik nu als reactie. Yep, de Binckhorst. Denk... Dûh Haag. Denk... Jacobse & Van Es.
Het stukje Den Haag waar Kompaan huist, is ooit door deze fameuze creaties van Kees van Kooten en Wim de Bie op de kaart gezet. De Binckhorst, vroeger een weidse polder, groeide in de twintigste eeuw uit tot een groot bedrijventerrein. Het was en is een enorme aaneenschakeling van kantoren, loodsen, autosloperijen, installaties en havens. Hier gingen F. Jacobse & Tedje van Es in een van de eerste afleveringen van hun legendarische serie op zoek naar een 'bakkie'. Geen bakkie pleur (Haags; ondertiteld: ‘kopje koffie’), maar een aanhangwagentje (vanaf 3 min. 13).

Her en der is dat morsige karakter van de toenmalige Binckhorst nog altijd te vinden. Maar tegenwoordig is er vooral een andere Binckhorst - een broedplaats van jong, creatief en ondernemerstalent. Het gebouw Binck36, vroeger van de PTT, brengt ze op fascinerende wijze samen. Ook in en rond de voormalige Caballerofabriek (rechts) werken figuren die goed zijn in design, IT of conceptontwikkeling. Het bekroonde restaurant Mama Kelly kookt er dat de stukken ervan afvliegen. En om de hoek hebben Jasper en Jeroen hun proeflokaal en Kompaan-brouwerij in aanbouw. Op een heel toepasselijke plek dus en maar 10 minuten lopen van NS-station Voorburg. Denk vooral niet dat het daar afgelegen is, in weerwil van het chronische gemopper daarover op Ratebeer.

Hoezo bierstad?
Kompaan heeft de ‘nieuwe’ brouwersvonk doen overslaan in Den Haag. Sinds 1996 werd daar al de roerstok gehanteerd in het Brouwcafé op Scheveningen en in de Fiddler, een Engelse pub in het centrum. Ongelooflijk eigenlijk: Den Haag bezat al die jaren twee brewpubs toen dat fenomeen elders in Nederland nog zo goed als onbekend was. De Fiddler is bovendien de enige plaats in Nederland waar cask conditioned ales worden gebrouwen (nu onder de naam Animal Army). Het is een stukje Engeland in de meest internationale stad van Nederland. Kom er eens wat vaker langs, zou ik zeggen. Ook het enige niet-trappistenklooster van België en Nederland met een eigen inpandige brouwerij staat daar, vlak bij de Fiddler.

Maar craftbeer brouwen, daarvoor heeft Kompaan het voortouw genomen in Den Haag, inmiddels gevolgd door Kwartje en Bogt en initiatieven in het aangrenzende Wassenaar, Rijswijk en Zoetermeer. Onvermoeibaar hebben Jasper en Jeroen met hun bieren ‘geleurd’ en cont(r)acten gelegd. En op 11 juni vulden ze de havenkade bij hun proeflokaal met een festival van brouwers.
Het was een uniek gezicht: een meute craftbeerliefhebbers die langs de kraampjes trok en op of naast de picknickbanken ging proeven. Met als decor: een heuse overslaginstallatie en vrachtschepen!

Mooi is ook dat dit typisch Haags is. Veel mensen zullen Den Haag vooral associëren met de regering, het Binnenhof en Scheveningen. Maar Hagenezen zelf kijken heel anders tegen hun stad aan: die spreken van een Den Haag van 'het zand' en van 'het veen'; een soort tweedeling in kak en plebs. Wie op 't zand woont, ruwweg de noordelijke helft van de stad, heeft doorgaans wat meer te verwonen. Daar liggen zeer uiteenlopende 'betere' wijken als Benoordenhout, Statenkwartier, de villabuurt Vogelwijk en het wat recentere Bohemen. En 't veen, daar oogt het minder luxe en meer doorsnee, zullen we maar zeggen. Dat varieert dan weer van bekende multicultibuurten als de Schilderswijk tot het oude tuinbouwdorp Loosduinen. En de bedrijvige Binckhorst. Op Den Haag en zijn bestanddelen plak je niet zomaar een etiketje.

Dorpen en dorpen
In de zestiende en zeventiende eeuw was dat ook al het geval. Toen was de vraag: is Den Haag nou een stad of een dorp? Men kwam er niet uit. En het leidde tot groot rumoer in de Hollandse brouwwereld.
Den Haag wordt wel eens liefkozend (of spottend...) ‘het grootste dorp van Nederland’ genoemd, en die benaming komt voort uit de geschiedenis. Den Haag heeft nooit stadsrechten gekregen. Pas in 1806, nadat het verschijnsel stadsrechten was afgeschaft, kreeg het van koning Lodewijk Napoleon de eretitel stad.
Dat ontbreken van stadsrechten leidde tot hoogoplopende ‘bier’-conflicten met echte steden als Haarlem, Delft en Gouda. In 1531 kregen die gedaan dat nijverheid, zoals bierbrouwen, hun exclusieve recht werd. Buiten ommuurde steden mochten geen nieuwe bedrijven meer worden gestart. Op die manier rekenden ze af met de concurrentie op het platteland, waar de grondstoffen goedkoper en de belastingen lager waren. Deze ‘Order op de buitennering’ maakte wel een uitzondering voor twee plaatsen: Alkmaar en, inderdaad, Den Haag.

Dat bood dus mogelijkheden, en in 1573 besloot een Hagenaar die te gaan benutten. Hij begon een brouwerij op te richten aan het Spui (rechts; bovenaan de Hofvijver en het Binnenhof) en liet brouwapparatuur uit Haarlem aanrukken.
Toen hij ook daadwerkelijk van start ging, begon de ellende. Het stichten van brouwerijen stond in de tekst van de 'Order op de buitennering' apart van diverse andersoortige bedrijven. Delft, de grootste bierstad van Nederland, zag daar ook een andere strekking in: dat er geen brouwrecht gold voor Den Haag. Zo dicht bij huis wenste Delft ook geen concurrentie.
Maar de Haagse brouwer had de euvele moed toch door te gaan. Delft reageerde furieus. Een legerkapitein, Dirck Jansz. Uyttenbroeck, wilde in Den Haag zelfs 'deselve brouwerijen [...] doen demolieren'. Yep, vernietigen. Het was niet zomaar een dreigement: Uyttenbroeck had dat in Wateringen al eens gedaan. Waarschijnlijk heeft men in Delft uiteindelijk wat minder hoog van de toren geblazen, omdat Den Haag belangrijke hof- en regeringsfuncties vervulde. Het was daar geen Wateringen.

Oorlogen
Toch schijnt deze eerste Haagse brouwerij verloren te zijn gegaan, in het geweld van de Tachtigjarige Oorlog. In 1608 begon een andere Hagenaar, Wiert Gerritz. van Overmeer, met een nieuw brouwplan. Hij liet brouwerij De Oyevaar neerzetten, op de Turfmarkt (ongeveer waar nu het stadhuis staat). Weer steigerde Delft. Dat had toen haar biereconomie al zien inkrimpen. Aan de andere kant zag het ook nog eens Rotterdam opkomen als brouwcentrum.
Delft dreigde dit keer de verpachting van de bierimpost (belastingen) te blokkeren, als Den Haag niet zou inbinden. Die bierimpost was destijds een belangrijk economisch verdienmodel. De oorlog met Spanje werd voor een groot deel gefinancierd met bierbelasting. Daarom gaven de Staten van Holland Delft gelijk. Ze erkenden 'de gerechtigheyt ende privilegien van die van den Hage', maar kozen voor 'conservatie van des gemene lands middelen'.
Restanten van de Oyevaar, blootgelegd in 1988. In de
achtergrond de Anton Philipszaal aan het Spui
.

Den Haag verzette zich halsstarrig tegen deze onwettige besluitvorming en liet Gerritz. van Overmeer toch doorgaan. Daarop weigerde Delft inderdaad aan de impostverpachting mee te werken. Uiteindelijk ging Den Haag onder druk door de knieën – althans, zo leek het. Want De Oyevaar ging in 1612 wel degelijk van start. Delft had een beetje moeten inbinden. De uitkomst was een compromis: één Haagse brouwerij was toegestaan, en dat gedurende 30 jaar.
Deze overeenkomst deed het besluit van de Staten uit 1608 te niet, volgens Den Haag. Delft meende juist van niet. Dat vond dat er alleen sprake was van een uitzondering.


Brouwersgracht
Bovenin de Prinsegracht, bij de rode pijl de locatie
van De Roode Leeuw op de Brouwersgracht

Dit verschil van inzicht speelde opnieuw op nadat die 30 jaar waren verstreken. De afspraak werd verlengd, maar Den Haag besloot toen ook een tweede brouwerij te beginnen. Deze Roode Leeuw ging in 1643 van start op wat daarna de Brouwersgracht ging heten.
Wederom waren de rapen gaar in Delft, maar de Staten van Holland verleende toestemming. De economische waarde van de toen sterk gekrompen Delftse brouwindustrie was verminderd. Er was geen aanleiding meer voor een verbod.
Maar de toestemming was wel 'enkelvoudig' en niet algemeen. Toen de looptijd van deze ‘vergunning’ voorbij was, begon het circus weer van voren af aan. Aan de Haagse Prinsegracht, om de hoek van De Roode Leeuw, kwam in 1686 ook een brouwerij. De Bredase brouwer Adriaen van Overveldt richtte daar Het Wapen van Breda op, na een tijdje omgedoopt in De Drie Kruisen. Delft protesteerde weer, maar niet meer alleen. De Staten van Holland kregen ‘Klaghten van die van Dordrecht, Delft en Rotterdam over het maaken van een Brouwery in den Hage’. Dat bedreigde hun afzetmogelijkheden in de regio.

De Prinsegracht in de 18e eeuw: de langgerekte voorgevel
van het Hofje van Nieuwkoop, ertegenover bedrijvigheid met vaten.
Er gingen wederom harde woorden over en weer. Delft kreeg het ingepeperd dat het de Staten van Holland had misleid. Recht halen onder dreiging, stond dat niet gelijk aan chantage? Delft verwees dan weer naar de afspraak uit 1612: die was geen vrijbrief geweest voor steeds grotere brouwactiviteit in Den Haag. De Residentie won het pleit toch. In 1691 kwam er een nieuw verdrag op tafel: het dorp mocht gedurende 75 jaar drie brouwerijen onderhouden.

Samûh voor ons eigûh

In 1762 werd het verdrag uit 1691 tussentijds met nog eens 75 jaar verlengd. Het zou niet eens nodig blijken te zijn. Na de ‘Bataafse Revolutie’ eind achttiende eeuw kwam Nederland onder verlicht Frans bestuur te vallen. Het was toen definitief gedaan met privileges, stadsrechten, gilden en andere beperkingen van economische bedrijvigheid. Bierbrouwen werd een vrij beroep; en brouwerijen mochten overal staan. (Toch is De Drie Kruisen in de negentiende eeuw lange tijd de enige brouwerij in Den Haag geweest.)

Bij de brouwhistorie van de Residentie past eigenlijk maar één typering: het was pure Haagse Bluf. Het werk van ‘vrije jongens’ à la Jacobse en Van Es. Die uiteindelijk hun triomf vierden! Alleen tussen 1974 (het sluitingsjaar van de roemruchte ZHB) en 1996 is er nog een onderbreking in het Haagse brouwen geweest. Dit jaar is het dus twintig jaar geleden dat die onderbreking eindigde. Genoeg redenen om a.s. zaterdag op het Haagse brouwwezen te toosten en te drinken bij Kompaan in de Binckhorst. En misschien kunnen Jasper en Jeroen eens een Haagse Bluf brouwen? Lijkt me een mooie naam voor een van hun eigenwijze bieren. Of wat te denken van een Vrije Jongens Pale Ale?

NB Op zaterdag 2 juli ben ik te gast bij boekhandel Van Stockum aan het Spui in Den Haag (ja, alles komt hier samen). Ik vertel, met beelden, over Nederlandse en Haagse bierhistorie, er is een kleine proeverij en ik signeer het boek Bier in Nederland. Allen welkom vanaf 15.00 uur!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen