Bier in Nederland

Bier in Nederland

maandag 19 juni 2017

Haagse hop



Nee, dit gaat niet over Haagse Hopjes. Ook heel Haegs en historisch, maar niet zo interessant op deze pagina’s. Nee, dit gaat over echte hop om bier mee te brouwen, en dan dus Haagse. Die bestaat! Tijdens het Bier & Braad Festival van brouwerij Kompaan op 18 juni was het mogelijk er een kijkje bij te nemen, en zoiets hoeft u mij natuurlijk geen twee keer te zeggen.







Bier is alweer een dikke vijf jaar echt booming in Nederland, en je kon erop wachten dat ook hop booming zou worden. Er zijn onder andere interessante projecten in (van noord naar zuid) Bolsward, Amsterdam, Epe, Schijndel en Reijmerstok in Limburg (voor Gulpener).
Maar Haagse hop: dat is nog even wat anders. In alle opzichten anders. Da’s namelijk hop in potten, op een begraafplaats en die dan weer midden op een bedrijventerrein. Bent u daar nog? Mooi. Want het wordt alleen maar leuker.
Het Haagse hopproject komt net als brouwerij Kompaan voort uit ideeën om de Binckhorst verder op te stoten in de vaart der volkeren. Vroeger was dit oer-Haagse bedrijvengebied, naast het spoor naar Den Haag Centraal, hét domein van de autosloperij, met een nogal dubieuze reputatie. (De geachte heren Jacobse en Van Es kwamen er bijvoorbeeld een ‘bakkie’ halen waarmee ze vervolgens Den Haag onveilig maakten.) Daar wil Den Haag graag van af; de gemeente, en ook de ondernemers van nu. Dat lukt heel aardig. Het bedrijfsverzamelcomplex Binck36 (ooit PTT-gebouw) is behoorlijk bekend in de stad. Aan de zuidelijke kant borrelen heel wat creatieve bedrijfjes erop los (zoals Kompaan). Er komt ook woningbouw, en zeker aan de verkeerskundige kant van de zaak is al heel wat gedaan.

Schuurpapierbier
Een paar jaar geleden riep dat de vraag op: hoe kunnen we de ‘nieuwe’ Binckhorst eens op een interessante, goede manier bekendmaken? En hoe gaat dan – men kwam uit op bier. Niet onlogisch. Bier is óók een product van ‘makers’, en je kunt ermee naar buiten treden; je kunt de Binckhorst ‘laten proeven’.
Dat idee werd verder ontwikkeld tijdens een workshop op instigatie van Sabrina Lindemann, een van die bruisende Binckhorsters. Vraag daarbij: hoe smaakt de Binckhorst? Wat voor bier zou de Binckhorst kunnen voorstellen? Allerlei smaak-, kleur- en andere gegevens werden op een rij gezet. Bijvoorbeeld dat het een toegankelijk bier moest worden, voor een breed publiek. En een bier dat ook meteen moest laten zien en voelen wat de Binckhorst is – een plek van ontwikkelen en van doen.
Dan heb je nog een brouwer nodig om zoiets in het vat te krijgen. In die periode waren Jasper Langbroek en Jeroen van Ditmarsch bezig hun Kompaan-project uit de kinderschoenen te trekken. ‘Die roerden toen nog in pannen in een garage in Moerwijk,’ vertelt Sabrina plastisch. Maar ze brouwden ook bier in opdracht, en dat was precies wat zij zocht. Jeroen en Jasper schreven op basis van de Binckhorst-brainstorm een recept voor een bier. In de navolgende jaren konden bezoekers van horeca en festivals daar ineens van proeven: Binckse Belofte, het ‘Werkbier’ van de Binckhorst. Om de identiteit van het gebied uit te dragen, kwamen er ook etiketten van schuurpapier. ‘Je pakt de Binckhorst met het flesje al beet,’ aldus Sabrina.
Binckse Belofte, ongeveer type speciale Belge met twee Amerikaanse hoppen, komt inmiddels ook echt uit brouwketels in de Binckhorst. Want het gevolg van dit project was uiteindelijk dat Kompaan zich precies daar vestigde. En zoals bekend is dat wat uit de hand gelopen – iets met een eigen grote brouwerij, en het beste bier van Nederland...

Balkon- en kerkhofhop
Maar niet alleen de Kompaanboys kregen de smaak te pakken, Sabrina ook. Die besloot zich alleen niet op bier toe te gaan leggen, maar op hop. Ze begon die op haar Haagse balkon te kweken, maar dat werd geen succes. ‘Hop heeft veel zon nodig,’ legt ze uit, ‘en dat lukte daar niet goed.’ Ze doet het er nog steeds voor haar plezier – en gelooft u mij: haar hopplanten slingeren zich daar letterlijk langs de gevel van het flatgebouw omhoog. Ja, in Den Haag gebeurt wat.
Sabrina besefte dat ze meer ruimte en groen nodig had, en toen die zich uiteindelijk aandienden, vielen alle puzzelstukjes in elkaar. Midden in de Binckhorst ligt namelijk een katholieke begraafplaats, Sint Barbara. Op het 13e-eeuwse kasteel Binckhorst na (ja, er is ook een kasteel in Den Haag) is dat het oudste stukje van het gebied; de bedrijventerreinen zijn om de begraafplaats heen aangelegd. En op die begraafplaats ligt een stuk terrein braak waar men al een tijdje een crematorium wil aanleggen. Daar komt het tot op heden alleen niet van. Sabrina kreeg daar lucht van. 1 + 1 = 2, en zo komt het dat haar Haagse hoptuin nu daar, pal achter de begraafplaats, ligt.

Nou ja, ligt: staat. Het is namelijk in nog een ander opzicht een bijzondere hoptuin. De hopplanten staan niet in de bodem. Als dat crematoriumplan alsnog doorgaat, moet haar hop weer weg. Sabrina wilde daarom een ‘mobiele’ hoptuin. Zodoende kweekt zij haar hop vanuit potten.
De planten staan er in rondom geplaatste emmers met potaarde, wat mest en bovenop wat houtsnippers, tegen het uitdrogen. Ze groeien ook niet recht omhoog langs staken, zoals gebruikelijk, maar schuin en langs koorden, naar een soort nok. Alles bij elkaar lijkt het op het staketsel van een partytent.

Sabrina spreekt over de planten alsof het over haar kinderen gaat: ‘De zon doet hem echt heel erg goed.’ Hier krijgen ze ook voldoende van de koperen ploert. Omdat ze daarnaast wel water blieven, maar ook weer niet te veel, komt Sabrina bijna dagelijks langs om ze water te geven. ‘Hij houdt niet van wind,’ vertelt ze verder. ‘De storm van een paar weken geleden heeft ook hier huisgehouden. De blaadjes gingen enorm tekeer in de wind, en daarna bleven er exemplaren over met bruine randjes. Bij zulke beschadiging gaan ze snel schimmelen, dus die moet je eigenlijk snel verwijderen.’
 
Bloedecht 
Of hop zo wel wil groeien, is helemaal geen vraag. Kijk maar naar de foto’s. In september 2016 is de eerste hop van Haagse bodem trouwens al geoogst. Dan moet u natuurlijk niet denken aan een oogst waarmee een compleet volwaardig brouwsel te maken is, zoals met de Gelderse hop van het Eper Biercollectief (waar Sabrina overigens te rade is gegaan bij bierambassadeur Henk Wesselink). Met de eerste oogst zijn welgeteld 120 flesjes gemaakt! Hoe kleinschalig wilt u het hebben?

Dit ‘tweede’ Binckhorstbier werd gebrouwen bij Kleinduimpje in Hillegom, dat er een double IPA van 9,2 procent alcohol mee ontwierp. En de naam van dit bier geeft wel aan hoe diep de liefde voor deze producten hier gaat: Bincks Bloed. Speciaal ter gelegenheid van de rondleiding werden wat flesjes ervan ontkurkt voor de deelnemers. Ik voelde me uiterst bevoorrecht.

Sabrina Lindemann, Haagse hoplady
Uitbreiding is ook niet echt de bedoeling: de Haagse hoptuin is min of meer een eenpersoonsproject, dat de passie voor de Binckhorst verder moet uitdragen en een grote symbolische waarde heeft. Niettemin heeft Sabrina zich serieus in de hopteelt vastgebeten. Ze spreekt met groot enthousiasme over het project en praat verliefd over haar plant: ‘Hop is zo’n dynamische plant, elke keer als ik hier kom ziet het er weer anders uit.’
Ook wil ze uitzoeken welke hopsoorten hier het best gedijen. Er staan enkele tientallen soorten, en nu al is duidelijk dat vooral Britse en Duitse het goed doen: Hallertauer, Whitbread Goldings (‘gaat als een beest’) en Merkur. Van de Amerikaanse doet willamette het ook goed, chinook redelijk, maar bijvoorbeeld cascade minder.
Uiteindelijk zullen er zo een stuk of vier, vijf overblijven die jaarlijks een gegarandeerde oogst kunnen opleveren. Wat daarmee vervolgens gebeurt? Dat houden we met belangstelling in de gaten.

Zo, en nu nooit meer zeggen dat er alleen Haagse hopjes bestaan.

Ook geïnteresseerd in een Hop Tour in de Binckhorst? Vraag dan meer informatie aan via info@optrekbinckhorst.nl.

In de potten staan naamplaatjes met de hopsoort
Haagse challenger!

Haagse chinook!

Haagse Hallertauer!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen